.RU

4. HET BELEG EN ONTZET VAN MIDDELBURG - Ix de Beeldenstorm (augustus 1566) Inleiding

4. HET BELEG EN ONTZET VAN MIDDELBURG



Zoals we reeds zagen was de opstand tegen het Spaans gezag in Vlissingen voorbereid door een Brabants edelman, Jan van Cuyk, Heer van Erpt, had. Hij had als agent van de Prins, de vrijheidsbeweging onder schippers en bootsgezellen voorbereid. De omstandigheden voor dit werk waren gunstig: het wrede bewind van Alva, de invoering van de tiende penning, de inquisitie, de Allerheiligenvloed van 1570, dit alles droeg bij tot het groeien van een verbitterde stemming. Ten gevolge van de Geuzenblokkade heerste er in verschillende kuststeden, als Vlissingen, Veere en Enkhuizen, werkloosheid. De varensgezellen, tot nietsdoen en tot armoede gedoemd, waren bereid elke verandering te aanvaarden.

Op heel Walcheren was in het begin van de Aprilmaand van 1572 maar één vendel Walen aanwezig: de ene helft in Middelburg, de andere in Vlissingen in garnizoen. Toen in Vlissingen bekend werd, dat Den Briel door de Geuzen was veroverd op de 1ste april en de kant van de Prins van Oranje had gekozen, sloeg de vlam in de pan. Juist kwam Pacieco, de bouwmeester van het nieuwe kasteel, binnen de stad om wat meer vaart achter het bouwen te zetten. De ontvangst was onvriendelijk: hij werd gevangen genomen en uit wraak voor Alva's daden opgehangen. Drie vendels Spanjaarden uit Breda, die onder Osorio Angelo gezonden waren, om de bezetting der stad te versterken, kregen al evenmin een goed onthaal. De schepen, die hen over de Schelde voor Vlissingen hadden gebracht, werden met een kanonschot van de wallen begroet.

De bevelhebber was een heel voorzichtig man; hij wendde terstond de steven en zette koers naar Middelburg. Daar deed hij zijn beklag bij den gou­verneur van Zeeland, Antonie van Bourgondië, Heer van Wackene. Deze trok naar Vlissingen, om de burgers tot betere inzichten te brengen, maar „speurende dan aan de gezighten, terstondt daarop aan 't gekrijs, dat hem groover hoon beschoo­ren was”, vond hij het verstandig zich om te keren en de weg naar Middelburg weer in te slaan.

De Vlissingers bleven niet stil zitten. Het waren Jan van Cuyk, de baljuw Smit van Baarland en de moedige zeekapiteins Ewout Pietersz. Worst en Jan de Moor, die orde brachten onder het tuchtloze volkje. Honderden werkgrage matrozenhanden maakte de schepen, die in de haven lagen, zeilree. Burgers kruiden aarde aan om de wallen te versterken en rondom werd het kanon geplant. Het halve vendel Walen nam de wijk naar Middelburg. Er voeren schepen uit om hulp, naar Engeland, naar Den Briel, naar de Hugenoten van La Rochelle. De bevrijders van Vlissingen wisten, wat zij wilden en van wie zij wat te verwachten hadden. Engelse vrij­willigers en Nederlandse uitgewekenen, onder bevel van den Geuzenaanvoerder Jacob Simonz. de Rijk, kwamen naar Wal­cheren. Uit Vlaanderen kwamen de Waalse en Vlaamse Wilde Geuzen, kerels, die niets meer te verspelen hadden, sommigen zelfs niet hun eer. In ieder geval waren het verdrevenen, opgejaagden, onderduikers zo men wil. Samen vormden zij een leger, matig geleid en slecht gewapend, maar bezield door een sterke wil: de Spaanse macht in de Nederlanden te breken.

De Prins zond Jerome Tseraerts als zijn gevolmachtigde naar Vlissingen. Hij nam in Zeeland dezelfde positie in als Lumey in Holland, en dat terwijl zijn broer Henri in het Spaanse kamp streed.

Op het eind van April was bijna heel het platteland van Walcheren in opstand gebracht.

Arnemuiden

werd spoedig op het zwakke Waalse garnizoen veroverd.

Een aanval op

Veere

werd de 4e Mei bekroond met de overgang van de stad naar de zijde van Oranje.

Op 13 april 1572 schaarde de bevolking van

Westkapelle

zich aan de kant van Oranje. De geestelijken en de laatste priester Van Mullock zochten de wijk naar Mddelburg. De Westkappelaars moesten het in het zelfde jaar duur betalen. De Spaanse benden hebben het stadje streng getuchtigd. Zij vernietigden en visserij met al het toebehoren.

Maar Middelburg en het kasteel Rammekens bleven Spaans. Weer waren het de drie kleine steden tegenover de ene grote en machtige; vissers en matrozen tegenover de deftige stand der kooplieden. Zeker ontbrak het in Middelburg niet aan Geusgezinden, maar … zij vormden een minderheid, die op de gang van zaken in de stad volstrekt geen invloed had. Sedert de nieuwe kerkelijke indeling der Nederlanden was Middelburg bisschopsstad. Ook het hoofd van het wereldlijk gezag over Zeeland, Antonie van Bourgondië, leidde zijn zaken vanuit de hoofdstad. Hier zetelde verder de rentmeester Be­westen-Schelde, Philibert van Serooskerke, een man ijverend voor de Spaanse en Roomse belangen beide. Daartegenover stond, dat vele Geusgezinde raadsleden en voorname burgers zich sedert de beroerten van 1566 uit de voeten hadden gemaakt. Zo bij voorbeeld de baljuw Pieter Haeck, die in 1567 vergeefs probeerde, de stad met Geuzenbenden te bezetten.

Zo was Middelburg in 1572 een burcht van het katholicisme, een betrouwbaar bolwerk van het Brusselse gezag. Er was geen reden hoegenaamd om te verwachten dat de stad het voorbeeld van Vlissingen en Veere volgen zou.

Direct na de gebeurtenissen in Vlissingen waren de drie Middelburgse schutterijen -handboog, voetboog en haakbus - opgeroepen om des nachts wacht te lopen. Later volgde een last aan de kwartiergevers, het stadskoren schoon te maken en voor een deel te doen malen, een waarschuwing aan de burgerij om bij alarm direct van de straat te gaan en - dit bewijst toch dat er een oppositie was - een bedreiging met strenge straffen voor ieder, die het wagen zou enig oproerig woord te spreken. Nog binnen de maand, namelijk de 7e Mei, achtten baljuw, burgemeesters, schepenen en raden het nodig te ordon­neren dat het een ieder verboden was „eenige sprake ofte com­municatie te houdene met eenige vianden ofte rebellen van Z.M., liggende jegenwoordelick voor dese stadt.... Verbieden ende interdiceren alnoch allen persoonen... eenige quade ende valsche clapperniën, tsy by nacht ofte by dage uuyt te geven, saeyen ende voortseggen... Ordonnerende ... zulcke quade clap­perniën ende valsche ende versierde (= verzonnen) tydinge hoi-rende, tselve den gouverneur, officier ende die van de magistraet aen (te) geven metten aucteur ende voorstelder van dien...”

De landvoogd overtuigd van de waarde, die het bezit van Middelburg en Walcheren voor hem had, deed het mogelijke om de belegerde vesting te helpen. Onder commando van de bekwame Sancho d'Avila werd van Bergen op Zoom uit een vloot naar de Scheldemonding gezonden. Dit was begin Mei 1572. Twaalf honderd Walen werden bij Vrouwenpolder, aan de noordkust van Walcheren, aan land gezet. Zij vielen Treslong's benden in de rug aan, verdreven hen naar Vlissingen en Veere, ja wisten

Arnemuiden

te heroveren. Zij doodden veel burgers en soldaten.

Op elke zet past een tegenzet. Jacob Simonsz. de Rijk stak de schepen, waarop de Walen gekomen waren in brand. „De rook hieraf opgaande, bedwelmde dermaate den moet der Spanjaarden, dat zy 't verooverde ten beste, en zich ter aftoght gaaven. De Rijk jaaght hen naa en slaet ze in volle vlucht. Zy zich ziende van hunne scheepen versteeken, daalen van den dijk, om landewaart in, en naa Middelburgh te loepen; laatende ... wel tussen zes en zeevenhondert dooden.” Aldus P.C. Hooft in zijn Nederlandsche Historiën, het zesde boek.

De Veerenaar Sebastiaan de Lange, die de 22e Mei in het Sloe door vier Spaanse schepen wordt aangevallen, laat zijn schip in de lucht vliegen, liever dan in handen van de vijanden te geraken. Pardon wordt niet gegeven: doodslaan of voeten spoe­len, zo luidt het ongeschreven oorlogsrecht op Walcheren. Mensen worden tot duivels. Een Veerse heelmeester snijdt een Spanjaard het hart uit het lijf en spijkert het op de voorsteven van een schip, waar velen er in woeste haat de tanden in zetten.

Walen en Spanjaarden, die zich onder leiding van den konink­lijke bevelhebber Philippe de Lannoy, heer van Beauvoir, opmaken tot een uitval tegen het Geuzenleger bij Zoutelande, nemen alvast de koorden mee om hun vijanden op te hangen. In de nacht van 23 Juni 1572 onderneemt de Middelburgse bezetting een aanval op het kasteel van West-Souburg. Het wordt ingenomen, maar zonder aarzelen zetten de Vlissingers het land tussen hun stad en Souburg onder water. Dagenlang zwer­ven Spaanse horden daarna in de streek achter de duinen rond en leggen gedeelten van

Koudekerke en Westkapelle in as.



Tegen het eind van Augustus waagt Barthold Entes van Mentheda een aanval op

Arnemuiden.

De onderneming mislukt. Als vrijbuiters stropen de Geuzen het land af. Westhoven, lustslot van de Middelburgse abten, gaat in vlammen op.

Ook buiten het eiland woedt de strijd.

Zierikzee

wordt in de loop van de zomer bevrijd. Tseraerts en de Engelsman Humfrey steken van Vlissingen naar Zuid-Beveland over en slaan het beleg voor

Goes.

De stadsregering smeekt om hulp, maar de legerleiding in het Spaanse Brabant weet niet, hoe zij die verlenen moet. De Schelde zit vol met Geuzenschepen. Steeds meer troepen worden op Zuid-Beveland aan wal gezet, steeds nauwer wordt Goes ingesloten.

Het zijn vissers van Bergen op Zoom, die

Sancho d'Avila

op een idee brengen. Zij vertellen, dat een groot stuk van de watervlakte, die de Brabantse oever van het Goese land scheidt, ondergelopen land is: het verdronken land van Reimerswaal. Bij eb staat er maar weinig water. Een Neder­lander in Spaanse dienst beweert, dat de zeearm te doorwaden is. Drie man proberen het en … de proef slaagt. Nu wordt aan kolonel Cristobal de Mondragon opgedragen, met drieduizend man voetvolk, Walen, Spanjaarden en Duitsers naar Zuid-Beve­land te trekken en Goes te ontzetten. In weerwil van zijn achtenzestig jaren waadt Cristobal de Mondragon aan het hoofd van zijn troepen door de Eendracht en over het verdronken land tussen Agger en Krabbendijke naar de Zuid-Bevelandse wal. Soms staan de soldaten tot hun middel in het water. Mannen die niet heel groot van stuk zijn moeten hier en daar zwemmen met de kruithoorn, de lont en het noodrantsoen beschuit boven het hoofd. Het is een lange sombere stoet, vastbesloten zich door niets te laten weerhouden. Soms vloekt er een, soms doet iemand een misstap : een plomp in het water, een kreet ... maar de kameraden gaan verder. Na vijf uur klauteren de eersten tegen de dijk op. Als de laatsten dit voorbeeld gevolgd hebben komt de vloed al opzetten. Onmiddellijk worden de houtvuren ontstoken ten teken van de behouden overkomst. De Geuzen, die in de buurt zijn gelegerd, trekken overhaast op Goes terug. De volgende dag zet Mondragon ze na. Hij drijft zijn vijanden uit de schansen rond de belegerde stad en jaagt ze vervolgens naar hun schuiten. Zevenhonderd doden laten de rebellen op Zuid-Beveland achter. De dichter van de Legende van der Geusen troubele smaalt:

In September quaemt ghy voor die arm Goes,

om de gans 1) te hebben was u begeren,

maer daer was te veel specx 2) int warmoes,

de specken en mochten geen gans ontberen,

't gebraet en tost ghy niet verteren....”

Het beleg van Goes had geduurd van 26 Augustus tot de 21e October 1572.

1) In het wapen van Goes.

2) Specken, scheldnaam voor den Spanjaard.

Zo begon de verbeten strijd, die eenentwintig maanden om Middelburg zou worden gestreden, op schorren en dijken, tus­sen de zandbanken der Zeeuwse stromen, in de modder van overstroomde polders. Men moet Hooft over deze „helsche oorlog” lezen: „Wie leevendigh gekreeghen werd moest, zonder in vankennis gebraght te zijn, daatlijk ter galghe. Ende was de verbitteringe zoo bijster, dat men zegt den eenen broeder den anderen, met eyghen handen opgeknoopt te hebben. De verstikte menschen (een ijslijk toonneel) hingen en greenzen in de boomgaarden onder de stadt, en kromden met hun getal en zwaarte, in plaats van 't vroolijk ooft, de telghen.”

Eind oktober 1572 trok de bekwame Mondragon met zijn soldaten over het verdronken land van Zuid-Beveland langs het (verdronken) land van Reimerswaal naar Yerseke om van daaruit verder op te rukken en de Geuzen voor Goes te verdrijven. Dit gelukte en van toen aan waren de steden

Middelburg en Goes

in Spaanse handen. De Spanjaarden begrepen, dat Middelburg wel het eerst van deze twee steden door de Geuzen bedreigd zou worden. Daarom werd Mondragon naar Middelburg gedirigeerd om deze belangrijke vesting voor de koning van Spanje te behouden.

In Middelburg was in de afgelopen maanden de toestand veel slechter geworden. Half Juni 1572 hadden de Spanjaarden nog kans gezien met elfhonderd man bij Rammekens te landen en binnen de poorten van Middelburg te komen.

In de volgende maanden werd het steeds moeilijker de vesting van het nodige te voorzien. De Geus bewaakte de toegang tot het Sloe en de scheepjes, die zo nu en dan de Middelburgse haven in glipten, brachten veel te weinig mondvoorraad om garnizoen en burgerij behoorlijk te voeden.

In een brief aan den landvoogd berichtte het stadsbestuur de 2e September, dat er nog maar een kleine tweeduizend zakken tarwe en ongeveer veertienhonderd zakken rogge in de stadsschuren lagen, nauwelijks genoeg om zes weken van te leven. De 19e klaagde men opnieuw zijn nood aan den hertog. De Staten van Walcheren - het lichaam dat belast was met het algemeen toezicht op de dijken - voegden daar het hunne aan toe. De jongste storm, berichtten zij, had de verwaarloosde en half vernielde dijken zo gebroken, dat men huizen in de gaten kon zetten. Als er niet spoedig geholpen werd, zouden de zeeweringen zonder meer wegspoelen. De stadsoverheid gewaagde van de „onsprekelyke destructie, geweld, roovery, brandstich­ting van de Spaanse en Waalse soldaten, die, in plaats van assistentie, "daar zy toe gezonden zijn, allen het kwaad doen, dat openbare vyanden, ook Turken zijnde, doen zouden mogen; zijnde daardoor 't platte land geheel desolaat, zonder eenige menschelyke leeftocht, tot simple alimentacie van den landman, 't zy van koeyen, kalveren, verkens, koren of diergelyke..." Binnen de poorten was het niet beter gesteld dan daar buiten.

De 2e Augustus hadden de baljuw, burgemeesters, schepenen en raden al een ordonnantie tegen het opdrijven der prijzen uitvaardigen. Spoedig heerste er ook geldschaarste in de stad, als gevolg van de steeds terugkerende post der soldij, die de burgers moesten opbrengen. Het lijkt een vreemd verschijnsel: geldnood in een belegerde vesting. Wat het garnizoen aan soldij ontving, kwam toch voor het merendeel weer in de zakken der neringdoenden terug. Schijnbaar was er een voortdurende cir­culatie. Maar ook aan dit perpetuum mobile ontbrak iets: honderden Middelburgers begroeven hun geld, om bij brand of plundering zo mogelijk iets van hun bezittingen te redden. Zoveel kon de overheid niet doen aanmunten, of binnen korte tijd was het weer weggevloeid naar de aarden potten, die onder de vloer of in de tuinen der voorzichtige lieden verborgen waren.

De regering besloot tot een lening bij Antwerpse kooplieden van tweeduizend ponden Vlaams tegen een rente van 12%.

De winter viel in 1572 bijzonder vroeg in: de 1e November heerste er al felle koude. De nood steeg hoger; geen huis, of het werd door het soldatenvolk, op zoek naar brandstof, ondersteboven gehaald. En altijd maar weer die soldij! Het stadsbestuur verplichtte de gilden hun goud- en zilverwerk in te leveren tot het doen slaan van noodmunten. Verguld zilveren drinkkoppen met deksel, de zwaarste van dertien, de lichtste van ruim vier pond, werden door kuipers en kleermakers, door bakkers, vlees-houwers en smeden, linnenwevers, droogscheerders en barbiers naar de smeltkroes gebracht, om de soldaten des konings een paar jolige avonden in de zoetelaarskelders te verzekeren.

In het

begin van 1573

richtte de Middelburgse overheid aan Alva een schrijven, waarin hem meegedeeld werd, dat reeds vele burgers van gebrek waren gestorven en dat ook de welgestelden niets meer hadden om van te leven dan brood, ajuin en water. Het stuk was één smeekbede om hulp. Ook de commandant van de vesting drong op snelle en krachtige hulp aan. Aerschot, die in Brussel de zaken behartigde voor den landvoogd tijdens diens afwezigheid, schreef aan zijn meester:

„Monsieur.

Le Sr. de Beauvoir m'a excript une lettre en chyffre, dont la substance s'ensuyt: Nous sommes en faim et povreté, faulte de poudre et boulletz et de toutes choses; de sorte que je ne vols sans la grace de Dieu que la perte de tont; car le secours pourra bien arriver trop tard. Sur tout événement, je vous recommande ma femme, enfants et affaires.”

Voor deze jammerklachten bleef de landvoogd niet doof. Men besefte aan Spaanse zijde heel goed de betekenis, die Middelburg voor het wettig gezag had. Don Bernardino de Mendoza gaf in zijn Comentarios de las guerras de los Paises Bajos de volgende beschouwing over de strijd om Walcheren:

Als de onderneming van de opstandelingen gelukte, zouden zij met het bezit van Middelburg heer en meester van het eiland Walcheren zijn en al spoedig alle Zeeuwse eilanden in bezit hebben zonder dat men daar iets tegen zou kunnen doen. Met deze eilanden zouden hun vele schepen en een grote voorraad aan koopwaren in handen vallen, deze laatste zouden zij te gelde kunnen maken en geld is de ziel van de oorlog. Kennelijk zinspeelde De Men­doza op de befaamde schat van Middelburg, bestaande uit een rijke wollading, die hier in 1572 door de Biscayse vloot was aangevoerd. Ook als men deze koopmanschappen buiten beschouwing liet, was er nog voldoende reden om al het mogelijke voor het behoud van Middelburg te ondernemen. Zolang deze stad en haar toegangspoort Rammekens in Spaanse handen bleven, bestond er kans om heel Walcheren terug te winnen. En Walcheren bezitten wilde zeggen: een veilige vaart naar en van Antwerpen.

Gedurende het jaar 1573 werd de ene poging na de andere ondernomen om de Zeeuwse hoofdstad van krijgsvoorraden en levensmiddelen te voorzien. Sancho d'Avila was rusteloos in de weer om de blokkade der Geuzen te breken. Deze van hun kant versterkten zonder ophouden hun vloten op Ooster- en Westerschelde. Half Februari hadden zij hier 120 zeilen bijeen en nog steeds kwamen er bij, uit Dordrecht en Den Briel. De Zeeuwen probeerden de vaart vanuit Antwerpen te beletten door de vaargeul bij Lillo te verstoppen met puin van een afgebroken klooster te Vlissingen. Dit mislukte : het sterke tij voerde het puin zeewaarts.

Tegen het eind van April verscheen een grote ontzetvloot op de Schelde. Vóór Vlissingen kwam het tot een vinnig gevecht. Volgens Bor geleek een van de Spaanse schepen na de strijd op een slagersbank: bij manden vol werden de afgehouwen ledematen in zee geworpen.

Toch gelukte het weer om wat eten binnen Middelburg te brengen; een druppel op een gloeiende plaat. En van dit weinige namen dan eerst de soldaten nog. Zelfs de rederijker van "der Geusen troubele" kon het niet zonder ergernis aanzien. Bij een latere, dergelijke gelegenheid getuigt hij bitter: „De cooplieden werden haer goyken (= goedje) quyte, 't crijsvolck aten, de borgers vasten...” En even verder deelt hij mede, dat de soldaten een stuiver gaven voor een brood, dat de burgers met het elfvoudige betaalden!

Ook uit de brieven van de stadsregering naar Brussel spreekt verbittering. In een schrijven van de 9e Mei heet het:

„Nu is, de verhoopte armeê gearriveerd zijnde, de stad zoo weinig daarbij gesuccurreerd, dat het niet waardig is, om suc­coers genoemd te worden, als zoo veel graans en meels niet latende, daar men de gemeente achttien dagen op zou kunnen onderhouden, en geenerhande toespijs noch ook municie van oorlog. Zulks, dat wij hier in veel desolater staat gelaten zijn dan vóór 't arriveeren dier armeê, als failleerende met alle noodzakelijkheid ook de hoop, die tot daartoe een groot onder-houd voor alle schamele burgers was geweest. (Joh. van Vloten: Middelburgs beleg en overgang (1572-1574). Middelburg 1870 blz. 54).

Geleidelijk werd heel Zeeland in de strijd om Middelburg betrokken. Eerst was Zierikzee door de Geuzen ver­overd, daarna sloegen zij het beleg voor Goes. In Mei 1573 waagde de Geus zich ook op Tholen, waarlangs alle scheepvaart ging van Bergen op Zoom naar Goes en Walcheren.

Na enkele dagen van voorspoed verscheen Mondragon op het toneel en toen keerden de kansen. Onder het aanroepen van Santiago - Sint Jacob, de schutsheilige van Spanje - bestormde de grijze veldheer de schansen, die de Geuzen nabij de Eendracht opgeworpen hadden. Rollé, „admiraal” van Veere, sneuvelde, Jacob Simonsz. de Rijk geraakte in gevangenschap. Hals over kop vluchtten hun wapenbroeders naar de schepen. De expeditie tegen Tholen was mislukt.

Op Walcheren boekten de opstandelingen een succes: zij heroverden in April 1573 2010-07-19 18:44 Читать похожую статью
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • Контрольная работа
  • © Помощь студентам
    Образовательные документы для студентов.